‘Ik neem verhalen mee naar huis’

 

caroline tensen - groot

De Postcode Loterij bestaat twintig jaar en presentatrice Caroline Tensen reist al negentien jaar de wereld over om projecten te bezoeken. Als ambassadeur van de Postcode Loterij laat ze deelnemers aan de loterij zien hoe hun geld wordt besteed. “Mijn eerste reis was naar Brazilië, in 1990. Mijn dochter was net geboren en wordt dit jaar negentien, dus dat klopt precies. Toen hebben enkele mensen die ik bezocht een hobbelpaard voor me gemaakt.  Die hebben we natuurlijk nog.”

Ondanks haar vele reizen doet Caroline niets op de automatische piloot. “Wat je ziet en meemaakt doet altijd iets anders met je.” Het leed dat ze elke keer ziet, stompt haar ook niet af. De getoonde emoties zijn niet gespeeld. “Dat waren mooie woorden”, zegt Caroline bescheiden in een reactie op een uitspraak van Ellen Damsma, [voormalig -red.] managing director van de Postcode Loterij, in het tv-programma ‘In de Hoofdrol’. Ze had Caroline geroemd om haar betrokkenheid.

‘Je neemt materiaal mee naar huis’
Caroline is nuchter en realistisch genoeg om te beseffen dat zij zelf niet veel kan doen. Maar de bezoeken geven haar, hoe veel nare dingen ze ook ziet, toch een bepaalde voldoening. Caroline: “Ik kan weinig doen voor de mensen die ik ontmoet tijdens mijn projectreizen. Maar  mijn moeder zegt altijd: je neemt materiaal mee naar huis. En dat is ook zo. Uiteindelijk maak je het verschil. Zeker als ik ergens terugkom en zie wat er in de tussentijd ten goede is veranderd, dan ga ik optimistisch naar huis.  Al is het vaak nog moeilijk om de reportage uitgezonden te krijgen op de tv. Als er drie- tot vierhonderdduizend mensen kijken, zijn we erg blij. Die hebben we dan toch maar bereikt.”

“In de reportages laten we de mensen zelf aan het woord. Het gaat om hun verhalen. We laten de laatste jaren altijd de positieve kant zien. De tijd van het in beeld brengen van hongerende kindjes is voorbij. De mensen die worden geholpen moeten het uiteindelijk ook zelf doen, ze moeten zelfstandig worden.”

Hoewel ze het heerlijk vindt om verre reizen te maken moet het niet te lang duren. Een week van huis, dat is genoeg voor Caroline. Ze is namelijk gewoon een moeder van twee schoolgaande kinderen. Die huiswerk moeten maken en om 8 uur ’s ochtends naar school gaan.  Dat regelt ze het liefst zelf.

‘Een dagje niksdoen is er niet bij’
Tijdens de reizen is  het dan een week keihard werken. “Het is vaak snikheet en je maakt hele lange dagen. Meestal doet je telefoon het niet. Dat vond ik vervelend toen de kinderen nog klein waren.’ En een dagje nietsdoen is er niet bij. ‘Een rustdag in Afrika hoeft voor mij niet. Ik wil elke dag draaien.”

De ploeg die meegaat moet wel uit mensen bestaan die het tempo van Caroline kunnen volgen. “Ik wil niet zomaar een cameraman, geluidsman of redacteur mee hebben. Je zit boven op elkaar, het is vaak zwaar. Daar moet je wel tegen kunnen. Maar we hebben natuurlijk ook veel lol met elkaar.”

“Ik vind het vooral prettig om met een zo klein mogelijke groep te reizen omdat je een enorme inbreuk maakt op het leven van mensen in een klein dorpje, ook als je met een naar verhouding kleine groep van zes mensen een bezoek brengt.”

Kakkerlakken
Soms wordt er kritiek geuit over de reizen die worden gemaakt. Caroline zou in luxe en veel te dure hotels  verblijven, na het bezoeken van projecten. “Laatst waren we in Ivoorkust, toen moesten we nog 800 kilometer het land in met de auto om het project te bezoeken. We sliepen in een groot gebouw dat misschien ooit een hotel was geweest en we aten elke dag sperziebonen. ’s Nachts hoorden we de kakkerlakken vallen. In Noord-Thailand hebben we tegen elkaar aangeschoven geslapen op kerkbanken. En ons in de rivier gewassen. Ik vond het een fantastische ervaring.”

Eigenlijk wil Caroline zich niet verdedigen. “Waarom moet ik bewijzen dat de werkelijkheid heel anders is? Nou ja, eigenlijk moet ik er ook om lachen. Want waar stáán die chique hotels dan in dat arme dorpje in een Derde Wereldland? Het is allemaal knap bedacht door mensen die er zelf niet bij waren.”

Dit (ingekorte) interview verscheen in maart 2009 in de PostcodeKrant, een uitgave van de Nationale Postcode Loterij.